Voorbeelden van het gebruik van Preekt in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Want als spreker in het openbaar moet je in staat zijn te verdedigen wat je preekt.
Hij vindt zichzelf een kunstenaar, zoals hij preekt, maar dat is hij niet.
Preekt hij nog?
Vandaag de dag preekt iedereen zoals onze vriend, Andreas.
Leland Stottlemeyer preekt tegen me over stijl.
Jim preekt en ik zing.
U preekt elke zondag.
Deze jonge vrouw preekt ketterij.
Preekt haat en noemt het liefde.
Ter herinnering aan Satan, U preekt over straf en schaamte… aan hen die zich emanciperen, en de slavernij van de kerk aanbidden.
Wil je weten wie er straks preekt, onderwijst en reikt… naar elke mogelijke ster van achter die kansel?
Wanneer je preekt en je kijkt naar al die zielen is geen van hen dan verloren?
de edelheid van het menselijk lichaam preekt. Kijk wat je het jouwe hebt aangedaan!
In de Vastenperiode van 1425 preekt de H. Jacques de la Marche,
Ik weet niet wie het rood van je lollie afgelikt heeft vandaag… maar je preekt tegen het verkeerde koor.
die alleen over volksrechten preekt?
hij in aanwezigheid van de zieken de Mis viert en preekt.
die later Saint Paul zal worden, preekt er het bezoek Rhodos
Nee, ik kijk Iiever naar die kuteerwaarde Smith… die voor de ossen en paarden preekt.
Een vrouw die preekt is als een hond die loopt op zijn achterpoten.