Voorbeelden van het gebruik van Rekenen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Je bent goed in rekenen én je bent onzichtbaar.
Ja, we rekenen op een zeer gunstige verbintenis.
We rekenen op uw hulp, Mrs Wilcox.
Ze is de beste van haar klas in lezen en rekenen.
Daar mag je op rekenen.
Ik wist dat we op u konden rekenen.
Rekenen is geen straf.
We rekenen met hem af als we klaar zijn.
Man, wat rekenen jullie voor een persoon?
Reese kan niet rekenen, maar heeft wel 50 spellen verzonnen.
En we rekenen altijd op Naomi die alles alleen moet doen.
Mijn mensen rekenen op me om de risico's te beperken.
deze families… Ze rekenen op me.
Ja. U kunt op mijn aanwezigheid rekenen.
Op mij kun je rekenen.
We rekenen met ze af als de Drone terug is.
Ze ontwikkelden wetenschappen als rekenen, meetkunde, astronomie.
Wyatt zal teveel rekenen, maar hij krijgt het voor elkaar.
Gewoon rekenen. Afpersing"?
Rekenen, grappen, basishygiëne… ideeën,