RIEPEN - vertaling in Duits

riefen
bellen
roepen
schreeuwen
beroep
forderten
eisen
roepen
verzoeken
willen
verlangen
dringen
dringen er
beroep
daag
dagen
schrien
schreeuwen
gillen
roepen
huilen
gegil
geroep
krijsen
kreten
gehuil
het uitschreeuwen
sagten
zeggen
vertellen
leiding
laten
baas
noemen
appellierten
doen een beroep
roepen
beroep
verzoeken
vragen
een oproep doen
dringen
appelleren
schrieen
schreeuwen
gillen
roepen
huilen
gegil
geroep
krijsen
kreten
gehuil
het uitschreeuwen
rufen
bellen
roepen
schreeuwen
beroep
rief
bellen
roepen
schreeuwen
beroep
gerufen
bellen
roepen
schreeuwen
beroep
brüllten
schreeuwen
brullen
gebrul
brul
roepen
bulderen
grommen
gillen
buideren

Voorbeelden van het gebruik van Riepen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Ecclesiastic category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Computer category close
  • Official/political category close
  • Programming category close
Wat riepen ze?
Was rufen sie da?
Ze riepen de kustwacht op en die nam ons mee.
Sie riefen die Küstenwache, und die brachte uns weg.
Overal waar we kwamen, riepen we: Is daar iemand?
Überall, wo wir waren, schrien wir:"Ist da jemand?
Een maand geleden lunchten we hier….. en ineens riepen we naar elkaar.
Vor ungefähr'nem Monat saßen wir beim Mittagessen… und auf einmal sagten wir plötzlich beide.
Zij dan riepen allen wederom, zeggende:
Da schrieen sie wieder allesamt
Hij riepen wij kwamen en hij volbracht zijn eigen oproep niet.
Er rief, wir kamen, und er setzte seinen Aufruf nicht um.
Goden riepen m'n naam.
Götter, die meinen Namen rufen.
Ze riepen mijn naam.
Sie riefen meinen Namen.
Ze riepen naar ons om op de vloer te gaan zitten,
Sie schrien wir sollten uns auf den Boden legen,
Dat de goden riepen om onze terugkeer.- Gefeliciteerd, engel!
Vor langer Zeit, dass die Götter nach unserer Rückkehr rufen,- Herzlichen Glückwunsch, Engel!
En toen riepen ze"cut," en de scene was voorbij.
Und dann rief jemand"Cut" und die Szene war vorbei.
Degenen die de straat op gingen, riepen:"Rossija, Rossija.
Die auf die Straße gingen, schrieen"Rossija, Rossija", also"Russland, Russland.
Wat zeg je van de mensen die niet'klaar' riepen?
Oder die, die nicht"bereit" sagten?
Ze riepen ons op om de gewonden op te halen.
Sie riefen uns um Hilfe, damit wir die Verwundeten rausschaffen.
Hij begon mee te springen en samen riepen we.
Und er sprang auch auf und ab und wir schrien beide.
Ik geloof dat ze je riepen.
Ich glaube, sie rufen dich.
Demon! We trokken een lijn in het zand en riepen.
Wir zogen eine Linie durch den Sand und sagten:"Dämon!
Mensen riepen mijn naam.
Die Menschen riefen meinen Namen.
Hetzelfde woord wat die jongens riepen.
Das gleiche Wort, das die wilden Junge schrien.
Toen riepen ze mij erbij toen de pacemakers ermee ophielden en tada ik was apocalypse-boy.
Dann riefen Sie mich an, als die Herzschrittmacher versagten.
Uitslagen: 359, Tijd: 0.053

Top woordenboek queries

Nederlands - Duits