Voorbeelden van het gebruik van Roddel in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Het is geen roddel, maar bezorgdheid.
Roddel 1, mysterieuze ziekte.
Leuke jongens, mode, roddel.
Wil je dat ik een roddel verspreid?
Edelachtbare, roddel kan niet gebruikt worden als bewijs. Edelachtbare.
Er was een roddel, weet je, dat je me zou haten.
Dat is maar roddel.
Margo's discipline is roddel, dus.
Alleen maar roddel en achterklap.
Roddel of feit?
Wat is de roddel?
Dat is geen roddel, schat.
We moeten het hebben over de echte roddel.
Het is een roddel.
Nee, niet roddel.
Hier komt je roddel.
Ik wou alleen niet dat je een roddel zou horen.
het is gewoon een roddel die bestaat sinds de jaren '50.
Margo's discipline is een roddel, dus.
Jij houdt van roddel.