Voorbeelden van het gebruik van Rotdag in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Jij hebt een rotdag.
Hij heeft 'n rotdag.
Ik heb een rotdag.
Ik heb een rotdag.
Luister, het was een rotdag.
Ik had een rotdag op kantoor.
Ik had een rotdag, sorry.
Ik heb een rotdag.
Ik had 'n rotdag.
Ja, ik had een rotdag.
De nieuwe heeft een rotdag gehad.
We hadden allebei een rotdag.
Gewoon een rotdag.
Alsjeblieft. Ik heb een rotdag gehad.
Ik heb al een rotdag.
Je hebt een rotdag gehad.
Ja.-Het was al zo'n rotdag.
An8}Hij heeft een rotdag.
Ik had ook een rotdag.
Ik houd het op een rotdag en goede whiskey.