Voorbeelden van het gebruik van Salaris in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Je stort je salaris en tekent documenten.
Geen salaris voor jou deze maand. Oké.
Geen verzekering, geen salaris, geen eten!
maar zij krijgen geen salaris.
Ik geef u zes maanden salaris.
Ik had geen salaris.
Het Keizerrijk geeft me salaris, eten en huisvesting.
M'n salaris is voor jou.
Fatsoenlijk salaris; en.
Goed salaris, mooi werk.
Deze deskundigen werken mee op vrijwillige basis en ontvangen daarvoor geen salaris.
Ik ben bereid je salaris te verhogen.
Ik heb m'n salaris nodig.
Hoe gaat het? Lk heb mijn salaris niet ontvangen deze week.
Bovenop uw salaris.
Jullie plezier betaald mijn salaris, dus eigenlijk, is elk van jullie mijn baas.
Hij krijgt geen salaris of zo. Hij vindt het leuk.
Tot dan ben je geschorst, zonder salaris.
Ik krijg morgen mijn eerste salaris.
Ralph Lauren heeft me een hoger salaris geboden.