Voorbeelden van het gebruik van Schrift in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Zou Wilden dat schrift al gelezen hebben?
Ik heb een schrift gekocht om in op te schrijven wat ik wil bespreken.
Henri, u parodieert de Schrift.
Nee, niet het schrift.
Verbeter uw kennis van het Engels in woord, schrift, lezen en luisteren.
Hij wil het op schrift.
Elk schrift heeft zowel een vierletterige
De Heilige Schrift zegt ons.
Elke keer als een schrift gevuld is met uw scherpzinnige observatie.
Uw zoon zat maar te krabbelen in een schrift.
Ik geloof heilig in de Schrift.
Jullie mogen pas gaan zitten als Joosep z'n schrift terug heeft.
Hij wil alles op schrift.
Ik zag dat schrift op de muur.
Dit hoeft in schrift niet te worden weergegeven.
Het schrift is cyrillisch.
Geen schrift.
Verbrand het schrift.
Bovendien, de vorderingen van eeuwige zekerheid zijn nergens te vinden in de Schrift.
Hier is uw schrift.