Voorbeelden van het gebruik van Stommerik in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Wat een stommerik.
Mexicaans is geen ras, stommerik.
Ik ben hier de stommerik.
Ondankbare stommerik.
Nu hebben we je, stommerik.
Ik ben een stommerik.
Daarom zijn we hier zijn, stommerik.
Katy's lievelingskleur is blauw, stommerik.
Je hebt het verknald, stommerik!
Open je ogen, stommerik.
Wat een stommerik.
Omdat ik gewoonlijk de stommerik ben.
Waar is die dikke stommerik?
Kessler junior, je bent een stommerik.
Hij was een buitenlandse provocateur, stommerik.
Noem me geen stommerik.
Jij hebt Kerstmis kapotgemaakt, stommerik.
Je hebt de dokter te vroeg gedood, stommerik!
Je hebt hem laten ontsnappen, jij stommerik!
Spring, stommerik. Spring, stommerik! .