Voorbeelden van het gebruik van Supergoed in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ik vond je supergoed.
Je lijkt me niet supergoed in je werk.
ik ben er supergoed in.
Je bent echt supergoed.
Dead Alive is ook supergoed.
Als ik geen relatie had… die supergoed is. -Ik ook!
Ik vind ze echt supergoed.
Laten we gaan. Supergoed nieuws.
Ja, ik ben supergoed.
Hij had een gesprek dat supergoed ging.
Het is supergoed.
Het gaat supergoed.
Het gaat supergoed.
Het gaat supergoed.
Ik wed dat hij supergoed is in bed.
En oh ja, Liz Haller zei dat je supergoed was.
onder water kunnen ademhalen of supergoed kunnen vechten.
Dat houdt supergoed en de messen worden niet bot in onze keukenla,
Soms kregen Ming en Ming een supergoed zwart en slim,
Dat was supergoed.