TELEFOON - vertaling in Duits

Telefon
telefoon
lijn
mobiel
gsm
bellen
telefonisch
Handy
telefoon
mobiel
gsm
mobiles
Anruf
oproep
gesprek
telefoon
telefoongesprek
bellen
melding
beller
call
Smartphone
telefoon
mobiel
van smartphone
Mobiltelefon
gsm
mobiele telefoon
Hörer
telefoon
hoorn
luisteraar
handset
toehoorders
tabakspijp
telefonisch
telefoon
bellen
telefonisch contact op te nemen
Direktwahltelefon
telefoon
telefoon met een directe buitenlijn
directe telefoonlijn
telefonieren
bellen
telefoneren
telefoon
praten
spreken
telefoontje plegen
telefoongesprekken
telefoniert
bellen
telefoneren
telefoon
praten
spreken
telefoontje plegen
telefoongesprekken
Telefons
telefoon
lijn
mobiel
gsm
bellen
telefonisch
Telefone
telefoon
lijn
mobiel
gsm
bellen
telefonisch
Handys
telefoon
mobiel
gsm
mobiles
Anrufe
oproep
gesprek
telefoon
telefoongesprek
bellen
melding
beller
call
Telefonen
telefoon
lijn
mobiel
gsm
bellen
telefonisch

Voorbeelden van het gebruik van Telefoon in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Ecclesiastic category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Computer category close
  • Official/political category close
  • Programming category close
Wat doet de telefoon van je zus op een lijk?
Was macht das Mobiltelefon deiner Schwester auf meiner Leiche?
Er is telefoon voor u.
Hier ist ein Anruf für Sie.
Dezelfde telefoon, dezelfde afstand.
Dieselben Bedingungen, dasselbe Smartphone.
M'n telefoon ligt op de bodem.
Mein Handy liegt auf dem Meeresgrund.
Ik had net Ketch aan de telefoon.
Ich habe gerade mit Ketch telefoniert.
In de cafetaria is een telefoon.
In der Cafeteria ist ein Telefon.
Er is een telefoon met een directe buitenlijn en een antwoordapparaat beschikbaar.
Ein Direktwahltelefon mit Voicemail-Funktion ist ebenfalls vorhanden.
Premium ondersteuning telefoon, online, forums.
Premium-Support Telefonisch, online, Foren.
Hang die telefoon op, Nick.
Leg den Hörer auf, Nick.
Telefoon voor u, Mr Davis.
Ein Anruf für Sie, Mr Davis.
Z'n telefoon ligt op kantoor.-Ja.
Ja. Sein Smartphone liegt im Büro.
Je telefoon ligt op de tafel.
Dein Handy ist auf dem Tisch.
Ze hadden m'n telefoon, ze hebben dus mijn contacten.
Sie hatten mein Mobiltelefon, was bedeutet, sie kennen meine Kontakte.
Excuseer mij. Ik heb een telefoon nodig.
Entschuldigung? Ich brauche ein Telefon.
Ik had net Dan aan de telefoon.
Ich hab gerade mit Dan telefoniert.
Tevens beschikken ze over een telefoon, satelliet/kabeltelevisie, radio, centrale verwarming en een tapijtvloer.
Darüber hinaus verfügen sie über ein Direktwahltelefon, Sat.
Wij beantwoorden over de telefoon graag al uw vragen of geven u een routebeschrijving.
Gerne beantworten wir Ihre Fragen oder geben Ihnen telefonisch Wegbeschreibung.
En we hebben je telefoon gekloond, dus we kunnen je smsjes in real time lezen.
Und wir haben ein Duplikat ihres Telefons, also.
Geef de telefoon terug!
Gib mir den Hörer zurück!
Telefoon voor u, dr. Karev.
Dr. Karev, ein Anruf für Sie.
Uitslagen: 27750, Tijd: 0.0848

Top woordenboek queries

Nederlands - Duits