Voorbeelden van het gebruik van Varen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Kom. Laten we gaan varen.
En je kunt er varen.
Je boot, James en ik willen varen.
Deze varen staat het liefst op een koele donkere plek.
Ze varen weg!
We varen zonder kaart.
de Auswanderer, varen toeristen naar het eiland Wilhelmstein.
Kom 's winters schaatsen en 's zomers varen op deze schitterende, Friese waterpartij.
Soms moet je naar de vissen toe varen.
We hebben nog wel even tijd.- Varen.
De varen komt oorspronkelijk uit Nieuw-Zeeland en Zuidoost Azië.
Ze varen met vuur en stoom.
We varen onder een zwarte vlag.
Wilt u wat langer door Nederland varen?
Nee? Is hij misschien gaan varen?
Zou er vandaag niet iemand mee varen?
De officiële benaming voor varen is 'Nephrolepis', wat staat voor'nierschub.
Deze christenen die niets weten van varen, zeggen dat jij een eersteklas zeeman bent.
Vissen duiken, watersporten, varen en kajakken.
Wekelijks varen rond droom van Thailand eiland.