Voorbeelden van het gebruik van Vrouwtje in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
M'n vrouwtje en ik hebben iets moois.
Een vrouwtje kijkt vanaf de zijlijn.
Wat hebben dat vrouwtje en haar vriendje je geboden?
Latte voor het vrouwtje.
Meloenkwal is mannetje en vrouwtje tegelijk.
En Jill weet van m'n vrouwtje en kind af.
Heb je ooit een vrouwtje gezien, Quinn?
Zijn vrouwtje praat Engels, en hij wist het niet eens?
Mannetje of vrouwtje, kan een puntje hebben zoals dit.
Het vrouwtje met het zendertje is nog steeds op pad.
Ik moet het vrouwtje bellen.
Ja, natuurlijk, het vrouwtje,?
Hé, klein vrouwtje, hallo.
O, lief vrouwtje.
Hoe weet je dat het een vrouwtje is?
Het vrouwtje bouwt het nest.
Mijn vrouwtje was nog niet langskomen.
Ik mag vrouwtje nummer twee.
Het vrouwtje zit op de eitjes om ze warm te houden.
Jij hebt mijn vrouwtje niet gezien.