Voorbeelden van het gebruik van We wonen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
We wonen in Paolo's huis, 9 rue des Bleuets.
We wonen al 15 jaar samen.
We wonen in jouw stad.
We wonen niet vrijwillig in de camper.
We wonen helemaal op de bovenste verdieping.
Doet er niet toe. We wonen al twee jaar samen.
Nee, we wonen in een appartement.
Hij heeft gepraat met de vrouw bij wie we wonen.
We wonen al niet meer samen sinds mijn schooltijd.
We wonen toch al bijna zes maanden samen.
We wonen in een vrij land.
Ik zal vertellen waar we wonen.
We wonen in een stad vol zombies.
Iedereen weet wie we zijn, waar we wonen.
We wonen in verschillende steden.
Jessica Huang, we wonen in Orlando.
We wonen niet in dezelfde stad, we hebben niets gemeen.
Wie we zijn, waar we wonen.
We wonen in het oude Rome.
Het maakt niet uit waar we wonen.