Voorbeelden van het gebruik van Week weer in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Volgende week weer een telefoontje, is het jouw huis.
Hier zie je een week weer op 2.860 meter op Mount Washington.
Kijk volgende week weer, want dan zegt dr. Bob.
Kijk volgende week weer, als dr. Bob zegt.
Bel je me volgende week weer?
We praten volgende week weer.
Ik bel volgende week weer.
En deze dag kon alleen deze hele week weer goed maken.
Ik stel voor dat we over een week weer afspreken. Nee.
Miljoenen keken elke week weer.
Komt Mr Fauncewater volgende week weer?
Kom je volgende week weer?
Ik bel je volgende week weer.
Ik ga er pas volgende week weer heen.
Ik kan niet geloven dat we over een week weer op school zitten.
Ik kom volgende week weer langs.
Weet je zeker dat je deze week weer wilt zingen?
ik ben pas over een week weer in Seoul.
Tot slot wil ik zeggen dat ik blij ben met de voortzetting van de werkgroep van het Parlement over het vredesproces, die deze week weer bijeen zal komen.
zet het af. Je broertje slaapt dalijk een week weer niet.