Voorbeelden van het gebruik van Weekend vrij in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ik ben alleen in 't weekend vrij.
Zo, ben je dit weekend vrij.
Deze twee hebben me kunnen overtuigen om je een weekend vrij te geven.
Nu heb je je weekend vrij.
Ik heb dat weekend vrij.
Ik heb het weekend vrij.
Oké. Maak je weekend vrij.
Ze vroeg het weekend vrij.
Neem 't weekend vrij.
Ik neem een weekend vrij zodat ik niet aan Ryan hoeft te denken.
Als je het weekend vrij bent, raden we je aan de route te verlengen tot zaterdag en zondag.
Eén: Jij zult alleen in m'n keuken komen… als m'n kok een weekend vrij neemt.
Huur ze in en neem 'n weekendje vrij.
Hoe kreeg je de weekends vrij?
Peter Mesman: Ik probeer altijd de weekenden vrij te houden voor familie en vrienden.
deze worden wel beter betaald en zijn in de weekenden vrij.
variërend van een verfrissend kopje thee tijdens de Celebrations weekend, vrij toegang tot lokale tentoonstellingen,
variërend van een verfrissend kopje thee tijdens de Celebrations weekend, vrij toegang tot lokale tentoonstellingen,
Neem het weekend vrij.
Ik heb het weekend vrij.