Voorbeelden van het gebruik van Weekend weg in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ik was een weekend weg.
Je zou het hele weekend weg zijn!
Hij is het weekend weg.
Nee, maar ik was ooit 'n weekend weg.
Max' ouders zijn het weekend weg.
U was een weekend weg geweest?
Ze gaat het weekend weg.
mijn moeder was dat weekend weg.
Vier: sexy weekend weg.
zijn familie was een weekend weg, dus maakten we gebruik van de kans.
mooie cabriolets voor uw zomervakantie of een minibus voor een weekend weg met de hele familie- bij Hertz treft u de juiste auto.
Of het nu gaat om een belangrijke zakelijke bijeenkomst of een weekend weg met het hele gezin.
Weet je, ik ga ook eens 1 weekend weg, en jullie 2 gedragen je als Bonnie en Clyde.
gaan jij en ik een weekend weg… alleen wij tweeën.
Je kamergenootjes maken zich geen zorgen om je, omdat je het hele weekend weg bent?
Koop haar een luxe ervaring-als een spa dag of weekend weg te laten haar uiteindelijk verwennen.
jij was natuurlijk elk weekend weg.
Perfect voor een weekendje weg of een langere vakantie!
Weekendje weg? Ga je naar wat leuks?
Boek nu uw weekendje weg in Zweden voor een romantisch weekendje weg. .