Voorbeelden van het gebruik van Moet weg in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ik moet weg uit deze stad.
Die moet weg.
Echt? Ik moet weg bij m'n ouders.- Ja.
Waarom?-Ik moet weg.
Dat is Ben. Ik moet weg.
Nee, sorry. Ik moet weg.
Hij moet weg.
Ik moet weg, m'n vriendin wacht…
Ik moet weg. Laatste ronde.
Ik moet weg, anders vermoorden ze mij ook.
Hij moet weg en daarom heb ik die beelden gelekt.
Maar ik moet weg, Leef jezelf uit.
Wat? Ik moet weg.
Het spijt me, maar ik moet weg.
Dit was leuk, maar ik moet weg en jij ook.
Kijk, hij moet weg en kan nooit meer terug.
Ze moet weg.
Ze moet weg.
Scoop moet weg, anders overleeft Mohican het niet.
Lk moet weg.