Voorbeelden van het gebruik van Moet weg in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Manny moet weg.
Ik moet weg. Sorry.
Zoya moet weg, Nance.
Ik moet weg.
Maar alles moet weg.
Het spijt me, ik moet weg.
Mamma moet weg, maar Emily is hier.
Ik moet weg.
Ik moet weg, ik heb college.
WilPharma moet weg.
Na het gebruik moet weg van het slagveld naar de begraafplaats.
Scoop moet weg, anders overleeft Mohican het niet.
En ik moet weg omdat niemand me wil.
Die baard moet weg.
Mijn zoon is jarig vandaag Ik moet weg.
Ik moet weg.
Jij moet weg uit Oss.
Papa moet weg.
Ik moet weg, het is een noodgeval.
Tansy moet weg.