Voorbeelden van het gebruik van Moet weg in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ik moet weg vanavond.
Je moet weg uit Berlijn.
Robson moet weg.
Ik moet weg, pa.
Ik moet weg, Freddy.
Elio! Oliver! Ik moet weg.
Luci moet weg omdat ze bruin is?
U moet weg zijn voordat het personeel arriveert.
Ik moet weg, alsjeblieft.
Ze moet weg, maar het moet langzaam gebeuren.
Ik moet weg, Garth.
Ik moet weg en aan Amunet ontsnappen. Nee.
Je moet weg, Trey.
Je moet weg, Simone.
Sorry, Norma. Ik moet weg.
Ik moet weg, maar ik zie je wel bij de repetities.
Je moet weg, maar niet met mij.
U moet weg uit Berlijn.
Lk moet weg.
U moet weg, voordat Taealha komt.