Voorbeelden van het gebruik van Wel willen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ik zou die komeet wel willen zien.
Dat zou jij wel willen weten.
Oh, ik zou het antwoord wel willen horen.
Dat zou je wel willen weten!
Ik zou Daniel nu wel willen zien.
Zou ik wel willen.
Dat zou ik ook wel willen.
Dat zou ik wel willen zien.
Ik had ze wel willen zien.
Ik zou hem wel willen ontmoeten.
Hij had me wel willen.
Soms zou u dat vast wel willen.
Maar dat zou ik wel willen.
Dat zou je wel willen, hè?
Ik zou wel willen, maar.
Ik zou wel willen, maar ik moet naar een vergadering.
En ik zou wel willen, maar ik kan niet.
Ik zou wel willen, maar er is niet genoeg.
Dat zou je wel willen weten.
Ik zou wel willen maar, um… spijtig genoeg,