Voorbeelden van het gebruik van Werker in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Goede jongen, harde werker, leest graag.
Hij praat niet veel, een keurige werker.
Je bent 'n goede man en werker.
Ik was een harde werker.
Je bent een snelle werker.
Hij was een harde werker.
Zijn moeder was een harde werker. John Yucca.
Hij was oud, heel arm en 'n harde werker. Een boer… een heel lieve vent.
De werker werd tot slaaf gemaakt van de leegloper.
Maatschappelijk Werker(m/v). Bélgica,
Ik ben Mariel Rodriguez, sociaal werker voor… de afdeling Kind- en Familiezaken in Los Angeles.
Onthoud alstublieft dat de werker niet zal weten
Bedankt aan de werker met een zwakke plek voor bourbon.
Maar jij bent een werker.
Daphne is een werker.
een verdomd goede werker.
Je bent een goede werker.
Hij was vooral werker en aanvaller.
Ook is didactiek een onderdeel op de opleiding tot onderwijsassistent en Sociaal Pedagogisch Werker.
Heb je 't gehoord van die werker Z?