Voorbeelden van het gebruik van Woont in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
En waar woont ze?
Maar je woont hier toch?
Hij woont hier om de hoek.
Hoelang woont u al in de buurt?
U woont niet in mijn wereld, Vader.
Je woont toch in de buurt?
Rome woont op de tweede verdieping.
Hij woont in een hut naast de machinekamer.
Ze woont hier vijf maanden.
Je woont in dit schijthol en je hebt twee miljoen dollar?
Atanasio Medina woont bij het meer met zijn hele gezin.
Niet iedereen woont in New York
En waar woont u, Mr Jones?
Jij woont niet op de campus.
De burgemeester woont aan de noordkant.
Mijn moeder woont in Telluride. Telluride.
Hij woont al maanden in Tulsa onder een valse naam.
Je woont niet meer op een ranch.
Hij woont in Culver City,
En u? Woont u ook met robots samen?