Voorbeelden van het gebruik van Moeder woont in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Mijn moeder woont bij mij.
Mijn moeder woont hier.
Hij weet waar je moeder woont.
Ik weet niet eens waar m'n moeder woont.
Dat je nog steeds bij je moeder woont.
Mijn moeder woont daar.
Zijn moeder woont aan de overkant.
Z'n moeder woont samen met Seth, een dealer.
Moeder woont in Italië?
Goed, nu weten we waarom je nog bij je moeder woont.
Mijn moeder woont hier. Omdraaien.
Z'n moeder woont in de Bronx.
Dus je moeder woont hier nu.
Dus mijn moeder woont nu in Oregon.
Mijn moeder woont in Telluride. Telluride.
Mijn moeder woont daar. Ik ook.
Je moeder woont in Nashville met je broertje, Tyler Dylan. Handen omhoog.
Maar mijn moeder woont hier niet,
Zijn moeder woont hier.
Mijn moeder woont in Boston.