ZE LIEPEN - vertaling in Duits

sie gingen
je gaat
je vertrekt
je weggaat
je loopt
ze weg
ze nemen
ze zijn
haar los
ze komen
je naar
sie liefen
ze gaan
ze lopen
ze rennen
ze vluchten
ze draaien
ze werken
ze zijn
ze worden uitgevoerd
jij wandelt
loop je
sie sind
ze zijn
ze zitten
sie rannten
ze rennen
ze lopen
ze gaan
ren je
ze vluchten
sie wanderten
je gaat
je wandelt
je loopt
ze reizen
ze dwalen
sie marschierten
ze marcheren
ze lopen
sie gehen
je gaat
je vertrekt
je weggaat
je loopt
ze weg
ze nemen
ze zijn
haar los
ze komen
je naar
sie waren
ze zijn
ze zitten
sie kamen
ze komen
je gaat
ze zijn
ze kunnen
sie rammten
sie krabbelten

Voorbeelden van het gebruik van Ze liepen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Ecclesiastic category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Computer category close
  • Official/political category close
  • Programming category close
Ze liepen regelrecht in de vlammen.
Sie liefen direkt in die Flammen.
Ze liepen door onze gangen.
Sie gingen durch unsere Flure.
Ze liepen me tegen het lijf in de metro.
Sie rammten mich in der U-Bahn.
Ze liepen weg, lachend.
Und sie liefen lachend weg.
Ze liepen met Jesse over straat.
Sie zogen Jesse durch die Straßen.
Ze liepen weg of zeiden: 'Rot op'.
Sie gingen weg oder sagten, ich soll mich verpissen.
Ze liepen over haar heen.
Sie krabbelten über ihren ganzen Körper.
Ze liepen daar in een rij met hun enorme knuppels en schilden.
Sie liefen in Reih und Glied mit ihren Schlagstöcken und Schilden.
Ze liepen over het land en woonden bovenop heuvels.
Sie zogen durchs Land und lebten hoch auf den Hügeln.
Ze liepen steeds harder en stopten niet om te eten
Um zu essen oder sich auszuruhen. Sie gingen schneller und schneller
Ze liepen naar binnen en hij zei.
Sie gehen rein, er sagte.
Ze liepen tussen de brede margolia's en de zon danste op de bladeren.
Sie liefen um die Margolienbäume, und die Sonne tanzte auf den Blättern.
Ze liepen op de stoep.
Sie gingen den Bürgersteig entlang.
Ze liepen met je op het rangeerterrein.
Sie waren am Depot bei dir.
Ze liepen die kant op.
Sie gehen hier entlang.
Ze liepen naar de auto van de voedselbank in de binnenstad.
Sie liefen vom Supermarkt in der Stadt zum Auto.
Hij leidde haar bij de hand en ze liepen samen naar het juiste scherm.
Er führte sie an der Hand und sie gingen zusammen in den richtigen Bildschirm.
Ze liepen in de weg.
Sie waren im Weg.
Ze liepen en liepen..
Sie gehen und gehen..
Ze liepen in een val.
Sie liefen in eine Falle.
Uitslagen: 98, Tijd: 0.1048

Woord voor woord vertaling

Top woordenboek queries

Nederlands - Duits