Voorbeelden van het gebruik van Zei haar in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Toen het een tijdje gekookt had, zei haar moeder kijk.
Ik zei haar dat ik wist van het geheim.
Toen ze haar tweede dochter kreeg, zei haar schoonmoeder tegen haar zoon.
Ik zei haar dat het geen ongeluk was.
Ik zei haar dat je een goede vriend bent.
Ik zei haar altijd.
Ik zei haar dat je zou komen.
Ik zei haar dat ik zou gaan!
Ik zei haar'goedemorgen'.
Ik zei haar dat we haar ongelijk zouden bewijzen.
Ik zei haar de waarheid.
Ik zei haar dat ik van haar hou.
Ik zei haar dochter dat u dol op papegaaien bent.
Hij zei haar naam niet en als hij het wel deed, herinner ik 't me niet.
Je zei haar dat ze een wipliefje was.
De Draak zei haar naam toen hij Lecter belde.
Dus ja, ik ging daarheen. Ze zei haar ouders die dag weg zouden zijn.
Je zei haar dat er iets met mij gebeurt als ik een black-out heb.
U zei haar dat ik een gekantelde baarmoeder heb?
Mijn moeder zei haar vrienden dat ik vrijwilligerswerk doe in Afrika.