Voorbeelden van het gebruik van Zeiken in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Toen ik Niles er iets over vroeg… alles wat hij deed was zeiken over het feestje.
dus kom nou niet bij mij zeiken.
Bekende voorbeelden zijn breien, zeiken en uitscheiden.
Moet ik in m'n broek zeiken?
En hou op met zeiken.
Ik zei dat ze niet moest zeiken.
Mam, niet zo zeiken.
Ga later niet zeiken.
Denk je dat hij gaat zeiken?
Xandra is de hele tijd aan het zeiken.
Je had hier moeten zijn toen Tom NuttaII maar bIeef zeiken.
Hoeveel keer laat je haar jou er over onder zeiken.
Mam, ze zeiken me af.
Nu?- Moet ik in m'n broek zeiken? Hier?
wil je daar ook over zeiken?
Willen jullie blijven zeiken over religie of willen jullie dit eens komen bekijken?
Mensen zeiken dit land graag af, waar een man zich uit de naad kan werken.
Ik wilde zeiken over de site omdat ze geen korte beschrijvingen hadden onder de video
Wordt ongesteld, hebt seks voor onze ogen. Luister, je zeikt, zult schijten.
Ze zeikt me niet af.