Voorbeelden van het gebruik van Zij heet in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Zij heet geen Emily, maar Claudia.
Zij heet Reed.
Zij heet Patricia.
Zij heet Miranda.
En zij heet ook niet Rosita.
En zij heet Sienna.
Zij heet Sarah.
Zij heet Meredith.
Zij heet Johanne, ik ben Malajka.
Zij heet Aughra.
Zij heet ook Taryn.
Zij heet Elise en dat was de Graaf.
Hij heeft een vriendin en zij heet Nori.
Zij heet toch Alice?
Echt waar? Papa, zij heet ook Bethany.
Zij heet Sookie Stackhouse,
Zij heet ook Joanne.
Mag ik vragen hoe zij heet?
Zij heet ma, ik heet pa, en jij bent gek.
Zij heet Lorena Krasiki…