Voorbeelden van het gebruik van Zijn eigendom in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Ecclesiastic
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Je bent niet zijn eigendom en dat weet je.
Dit en het volgende leven zijn Gods eigendom.
Een man doet wat hij wil met zijn eigendom.
Alle handelsmerken zijn eigendom van hun respectieve organisaties.
Ze zijn eigendom van LuthorCorp… maar ik mis het verband met m'n grootouders.
Myanmar is zeer verheugd dat zijn eigendom terug naar huis komt.
Die zijn eigendom van UAC.
Hij wilt zijn eigendom terug en ik de mijne.
Dit en het volgende leven zijn Gods eigendom.
Andere handelsmerken en handelsnamen zijn eigendom van hun respectieve eigenaren.
En jullie zijn mijn eigendom.
Deze schurk beschermt liever zijn eigendom dan mijn dochters eer.
Wij zijn zijn eigendom.
Overige handelsmerken zijn eigendom van hun respectieve houders.
Deze„facilities" zijn eigendom van Telecom en maken deel uit van het openbare telecomunicatienet.
Tot op een bepaalde hoogte kan men zijn eigendom tegen hoogwater beschermen.
Jesse verdedigt juist zijn eigendom.
Alle andere handelsmerken zijn eigendom van hun respectieve eigenaren.
Tui Campers zijn alle eigendom van hetzelfde bedrijf.
Hij mag deze dingen echter niet zijn eigendom noemen.