ZIJN OOM - vertaling in Duits

sein Onkel
zijn oom
zijn nonkel
seinem Vater
zijn vader
zijn pa
zijn moeder
zijn grootvader
zijn ouders
z'n papa
seinem Onkel
zijn oom
zijn nonkel
seinen Onkel
zijn oom
zijn nonkel
seines Onkels
zijn oom
zijn nonkel
sein Vater
zijn vader
zijn pa
zijn moeder
zijn grootvader
zijn ouders
z'n papa
seiner Tante

Voorbeelden van het gebruik van Zijn oom in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Ecclesiastic category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Computer category close
  • Official/political category close
  • Programming category close
Zijn oom Jasper zou dit er niet bij laten.
Sein Onkel Jasper ließe das nicht geschehen.
Ik trouwde met zijn oom, dat is anders.
Ich heiratete seinen Onkel, das ist etwas anderes.
Hij werd door zijn oom opgevoed.
Er wurde daraufhin von seinem Onkel erzogen.
Zijn gedrag wordt alleen getolereerd vanwege zijn oom.
Er kommt nur wegen seines Onkels mit diesem Verhalten durch.
Zijn oom liet hem aan hem na.
Sein Onkel vererbte es ihm.
Hij zou zijn oom ontmoeten de vijfde.
Am 5. Er sollte seinen Onkel treffen.
Ik ga wel bij zijn oom langs.
Ich werde nach seinem Onkel sehen.
Hij is in Brighton voor de begrafenis van zijn oom.
Er ist in Brighton. Zur der Beerdigung seines Onkels.
En ik zijn oom Psalms.
Und ich sein Onkel Psalms.
Ik vond zijn oom Jackie aardiger.
Mochte seinen Onkel Jackie lieber.
Mijn pa noemde me naar zijn oom.
Mein Dad benannte mich nach seinem Onkel.
Zijn oom was niet op reis.
Sein Onkel war nicht verreist.
Hij werkt voor zijn oom bij een boksvereniging.
Er arbeitet für seinen Onkel im Boxstudio auf der Achten.
Marty Johnson moest naar Delaware om bij zijn oom te wonen.
Marty Johnson musste nach Delaware zu seinem Onkel.
De generaal is zijn oom.
Der General ist sein Onkel.
Hij bezoekt zijn oom.
Er besucht seinen Onkel.
Hij was ook gemolestreerd door zijn oom Jerry.
Außerdem wurde er von seinem Onkel Jerry missbraucht.
Hij is mijn… Ik ben zijn oom.
Er ist mein… Ich bin sein Onkel.
Hij moest eerst zijn oom doden.
Er musste zuerst seinen Onkel umbringen.
Ja hij zei dat hij bij zijn oom woonde.
Ja, er habe bei seinem Onkel gewohnt.
Uitslagen: 486, Tijd: 0.038

Woord voor woord vertaling

Top woordenboek queries

Nederlands - Duits