Voorbeelden van het gebruik van Affaire in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Nessa en Clive hebben allebei 'n affaire met familie van me.
We hadden 'n affaire in Denver.
Ja, ik had een affaire met Mila.
Het was een affaire.
Dit is niet ongewoon… bij mensen wiens relatie is begonnen als een affaire.
M'n ouders weten van de affaire met sheriff Keller.
Ik had 'n affaire deze zomer.
Ze had met allebei een affaire.
Ella zei dat hij een affaire had met Sarah.
We hadden een affaire.
Wat de affaire betreft.
Lila heeft een affaire met Stefan.
Ik had een affaire.
Wat wij hebben, is een affaire.
De geweldige liefdes affaire met Gary.
Niet eens een affaire.
Hij en Reina hadden een affaire.
Wist u dat Cadei door deze affaire.
Het was maar een affaire.
Maar Monica en ik begonnen een affaire.