Voorbeelden van het gebruik van Affaire in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Een affaire met de baas, wie doet zoiets?
De affaire van Fitz is geen nieuwe informatie voor het Amerikaanse volk.
Ze beschuldigt u van een affaire met uw secretaresse en belt haar?
Noah loog over de affaire. En jij.
Had je een affaire met Lori?
Ik kom achter de affaire en Natalie en ik was gekwetst.
Kreeg een affaire met mijn moeder. Die zijn secretaresse was.
Over die affaire, alles.
Is een affaire met een getrouwde man een misdrijf?
Een affaire met de baas.
Ik heb geen affaire met m'n dokter.
Tegelijkertijd begint aan een affaire met de zus van zijn vriendin.
Omdat ze een affaire met de tuinman had?
Met betrekking tot een affaire die u had met Karen.
Ik heb een affaire gehad met Monica.
Vooral als je een affaire op het werk hebt.
In 1923 kreeg ze 'n affaire met een getrouwde man, Theodore Gusford.
Als dat geen affaire is, wat is het dan wel?
En vorig jaar Een affaire met haar professor maatschappelijk werk.
De heer Michael denkt mevrouw Taylor's een affaire hebben?