Voorbeelden van het gebruik van Daar blijven in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Laat het daar blijven.
Hij moest daar blijven.
Ja. Wil je daar blijven?
Maar, papa Daar blijven.
Ze is veel te dichtbij. Daar blijven.
En ik wil daar blijven.
Waar? Hallo? Daar blijven.
En uiteindelijk kunnen ze daar blijven.
Ik moet eigenlijk daar blijven.
Jij mag daar blijven.
Ik kom. Daar blijven.
Hmm, hotel? Laten we daar blijven.
Vorige week was het daar blijven liggen en hadden we hier geen fruit.
Hij moest daar blijven.
We zouden graag daar blijven in de toekomst.
Vanaf daar blijven elementen elementen
Terug en we daar blijven zonder na te denken.
We zouden graag daar blijven de volgende keer….
In dat geval kan hij daar blijven zo lang als hij wil.
Daar blijven, of we doden hen.