Voorbeelden van het gebruik van Doet het nooit in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Dat doet het nooit.
Jij doet het nooit.
Hij doet het nooit hetzelfde.
Hij doet het nooit hetzelfde.
Pasha doet het nooit.
Je doet het nooit af?
Hij doet het nooit.
Je doet het nooit aan hun zijde hé?
Dat doet het nooit in het begin.
Mr. Fabulous doet het nooit.
Weet u, dat zegt u altijd maar doet het nooit.
Dat zeg je altijd, maar je doet het nooit.
Hij moet alimentatie betalen, maar doet het nooit.
Ja.- En je doet het nooit weer?
Nee, dat doet het nooit.
Dat zegt ze altijd, maar doet het nooit.
dan nog, dat doet het nooit.
Je denkt dat mensen afschrikken je problemen zullen verhelpen, maar dat doet het nooit.
bekwaamheid om het park te helpen, maar je doet het nooit.
Jij denkt aan al die manieren om zelfmoord te plegen maar je doet het nooit.