Voorbeelden van het gebruik van Excuseren in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ik ben degene die zich moet excuseren.
Wat?- Je moet hem excuseren.
We moeten niet blijven excuseren voor onze fouten uit het verleden.
Ik zal je excuseren bij Atia.
Ik moet me bijna om de vijf minuten excuseren. Ik weet hoe het voelt.
Ik vind niet dat wij ons moeten excuseren.
Kan je ons even excuseren.
Dearest zal me excuseren.
Ik zou me moeten excuseren.
Stop met excuseren, het is goed.
Wil je ons even excuseren?
Ik zal u excuseren.
Ik zal me ook bij de minister excuseren.
Wil je ons even excuseren?
Dus, als u me wilt excuseren, mijnheer.
gaan ons bij hem thuis excuseren.
Excuseren is geen zwakte.
Willen jullie dames ons excuseren?
Wilt u mij bij de kolonel excuseren?
Je moet je bij hem excuseren, niet bij mij.