Voorbeelden van het gebruik van Excuseren in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
U zult hem moeten excuseren.
Kun je ons even excuseren, Boo? Hoi.
Excuseren jullie ons even?
Als je me wilt excuseren, ik heb levens te redden.
Britt, ik moet me excuseren.
Excuseren jullie me even?
Kunnen jullie ons even excuseren terwijl we jullie lot bespreken?
Dus als je me nu wil excuseren.
Hij liegt. Hij moet zich excuseren.
Excuseren jullie me?
Als je me wil excuseren, ik ga even naar het toilet.
Als een echte man. Als je mij wilt excuseren.
Ik wou me excuseren.
Als je me nu wilt excuseren, ik moet naar mijn werk.
Dames, als jullie ons even willen excuseren.
Je moet me excuseren, Mary.
Ik zou me moeten excuseren.
Als je me wilt excuseren.
Als jullie mij willen excuseren.
Als je me nu wil excuseren.