Voorbeelden van het gebruik van Excuseren in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Als je me nu wilt excuseren, ik moet mijn bewustzijn verliezen.
We kunnen ons niet vaak genoeg excuseren.
Jullie moeten Gretchen excuseren.
Wil je me even excuseren, Kevin?
Als jullie me nu excuseren, ik moet terug naar mijn patiënt.
Je moet je niet excuseren, ik ben blij
Wil je ons even excuseren?
U moet rechercheur Johnson excuseren.
U zult me moeten excuseren voor mijn taalgebruik.
Wil je me even excuseren voor 2 minuutjes?
Als jullie beide me excuseren, ik moet eigenlijk nog wat echte werk doen.
Judy, wil je mij excuseren?
Je moet je niet excuseren.
Je moet Blair excuseren.
Craig, je moet ons excuseren.
Producers'The Crown' excuseren zich dan toch voor salarisverschil.
Kunt u me even excuseren?
Wil je ons even excuseren?
Het is goed, je moet je niet excuseren.
U moet mijn echtgenoot excuseren.