Voorbeelden van het gebruik van Geen dag in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Twee weken, en geen dag meer.
Nog geen dag.
Ja. En geen dag langer.
De andere drie hebben nog geen dag gezeten.
Je krijgt zes maanden, geen dag meer.
Zij zal nooit ouder worden, geen dag.
Twee weken, geen dag later.
Hij miste geen dag.
Het is nog geen dag.
Ik zou het nog geen dag overleven.
In orde, maar geen dag minder.
Het is geen nacht en geen dag.
Geen dag minder, of je krijgt een waarschuwing.
Ik mis geen hele dag.
Maar ik heb geen beste dag.
Geen dag is hetzelfde als de vorige.
Eigenlijk geen dag om binnen te zitten.
Ons motto:“Geen dag is als de andere!“!
Terwijl hij zijn hele leven geen dag het land uit is geweest.
We hadden geen dag voorbij voor het openbaar vervoer.