Voorbeelden van het gebruik van Geloofd hebben in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Vier weken geleden, zou ik het zelf niet geloofd hebben.
Niemand zou me geloofd hebben.
Harry Pearce zou je geloofd hebben.
Niemand zou dat geloofd hebben.
Indianen zouden mij en Ab niet geloofd hebben.
Niemand zou me geloofd hebben.
Hij zou me niet meer geloofd hebben dan jij.
U zou hem sowieso niet geloofd hebben.
Je zou hem niet geloofd hebben.
Je zou me niet geloofd hebben.
Maar die niet zal geloofd hebben, zal verdoemd worden.
Maar die niet zal geloofd hebben, zal verdoemd worden.
Ik wil jullie bedanken, omdat jullie altijd in me geloofd hebben.
Een bewijs voor al die mensen die nooit geloofd hebben.
Dat zou ik nooit geloofd hebben.
Voor wie mij gevolgd en geloofd hebben.
Want de zaligheid is ons nu nader, dan toen wij eerst geloofd hebben.
Want de zaligheid is ons nu nader, dan toen wij eerst geloofd hebben.
zou ik dat geloofd hebben.
Zou je het geloofd hebben?