Voorbeelden van het gebruik van Ja toch in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Oh, ja toch wel!
Ja toch? Haar gebruik van kleuren en die schaduwpartijen.
Ja toch, of niet?
Ja toch?- Waarom zeg je dat niet?
Ja toch wel, en nee, niet Dave. De foto.
Ja toch wel, behalve de Lasik.
Ja toch? Ik heb dat eerder gehoord.
Komende van dat, ja toch wel.
Hij ging trouwen met je ex-vriendin Mia Jones, ja toch?
Die hebben we toch, ja toch?
Ze houdt de tijd nog vrij, ja toch?
Nee, Marshall… ja toch wel.
Je gaat vandaag werkervaring opdoen. Ja toch?
Ik bedoel, ja toch?
dat is het, ja toch?
Ja toch, hun geluid is over de gehele aarde uitgegaan,
eentje met een ooievaar met een gekwetste rug? Ja toch? zoals:"Dit is hoe het zal zijn",?
Ja, toch, maar kijk die structuur eens.
Dat was een ja, toch?