Voorbeelden van het gebruik van Ja toch in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ja toch? Je gaat werken in 'n presidentiële campagne.
Ja toch? Maar zo is het leven,?
Ja toch? Drink?
Ja toch, jij kleine kalkoen?
Ja toch? Eh, zullen we naar binnen gaan?
Jeetje. Ja toch, Lockheed?
Ja toch, Jodie?
We zoeken naar een zwart boekje met een linnen band. Ja toch, Mama?
Dat is vreemd. Ja toch?
Het is een grap. Ja toch?
Maar dat wel ieder moment kon doen, ja toch?
Ik ben hier met Linus Wahlgren. Ja toch?
Het is perfect, ja toch?
Jean Nate, ja toch?
Delen met zijn drieën. Ja toch?
De wenteltrap probeerde me op te eten.- Ja toch?
ik ben 21. Ja toch?
Ik zal naar een goede universiteit moeten, ja toch?
En je hebt inmiddels ook een man zeker. Ja toch?
Ja toch, hun geluid is over de gehele aarde uitgegaan,