Voorbeelden van het gebruik van Zei toch in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ik zei toch dat ze geen zaak hadden.
Je zei toch dat het een zelfmoordmissie was. Wat?
Van mij. Ik zei toch, misschien is ie.
Zie je? Ik zei toch dat het groots was?
Ik zei toch dat jullie me niet zouden geloven.
Ik zei toch dat hij op reis ging.
Ik zei toch dat dit een slecht idee was.
Ik zei toch dat ik niet kan.
Je zei toch dat onze vlucht op vrijdag was? 2 uur, gisteren.
Ik zei toch: Geen minderjarigen hier.
Ik zei toch dat ze zou bellen.
Ik zei toch dat ik serieus was?
Ik zei toch, die is de bergen in,!
Ik zei toch dat hij niet dood was.
Ik zei toch nee.
Ik zei toch dat ik tekende impulsief… om jou te beschermen.
Jij zei toch… dat we gepaste afstand moesten nemen?
Ik zei toch dat dit een fout was.
Ik zei toch dat iedereen dat doet in het begin!
Ik zei toch dat die langzaam was.