Voorbeelden van het gebruik van Joeg in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Ecclesiastic
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Hij joeg erop.
Dat grote litteken joeg me angst aan.
Ze joeg mijn vader weg toen ik drie of vier was.
Ik joeg Spider-Man weg.
M'n vader joeg op konijnen.
Ik joeg de smeerlap de blok rond.
Hij joeg hen de rechtszaal uit.
Je joeg die skinheads op.
Ja, jij joeg hen weg met je Wiki-sullenpraat.
Ik joeg ze weg en keek naar haar.
Ik joeg Spider-Man weg.
Nee. Hij joeg op jouw pijn.
Hij joeg op konijnen.
Ik joeg de smeerlap de blok rond.
Ze joeg mijn vader weg toen ik drie of vier was.
En hij joeg hen van zijn rechterstoel weg.
Jij joeg op ze… en doodde ze.
Jij joeg Potts naar de toren.
Hij joeg iedereen weg en isoleerde me volledig.
Je joeg hem weg.