Voorbeelden van het gebruik van Joeg in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Jade joeg op de man die haar familie vermoorde… De Groene Draak.
Ik joeg op het beest.
Hij joeg ze op als prooi.
Mijn vader verscheurde de lijst en joeg de bedelaar met een stok weg.
Penny joeg hem uit huis met een slagersmes.
Integendeel, hij joeg ons weg.
Ik heb hem ontmoet toen ik op Noriega joeg in Panama.
Ze joeg.
Mystriosaurus joeg op vissen als Dapedium.
En als je te veel joeg, werd het wild schaars. Het tempo was slopend.
Ik stopte het spel en joeg hem weg van de tribunes.
Joeg ze weg met een knuppel.
Dat is het piratenschip dat ons de storm in joeg.
Had houten tanden, joeg op Moby Dick.
Hij keek, wachtte, en joeg op hem.
Toen we kinderen waren… joeg je toen een slang het rietveld in?
Ik joeg niet voor m'n plezier.
Je joeg niet op hem omdat hij gemeen is?
Toen je hen kogels door hun hoofd joeg?
Ik wist niet dat je op monsters joeg.