Voorbeelden van het gebruik van Joeg in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Dood joeg op iedereen.
Men joeg om te overleven, niet voor de sport.
Jij joeg me hier weg!
Ze joeg mijn vader weg toen ik drie of vier was.
Bijvoorbeeld over mijn gevoelens toen men ons uit onze schuilplaats joeg.
Mijn vader verscheurde de lijst en joeg de bedelaar met een stok weg.
De politie joeg iedereen van straat.''.
Ik joeg hem in de badkuip afvoer waar hij nu op de loer ligt.
Jouw hand joeg de demonen weg.
Zijn vader joeg hem altijd maar naar bed.
Die arme oude man joeg je van stad tot stad.
De FBI joeg op ons, we moesten schuilen.
Wie joeg er op je?
Hij joeg ons uit het dorp!
We denken dat Charles op een spion joeg op het werk.
Dus ik denk dat deze vent joeg op een Vetala.
Ik heb hem ontmoet toen ik op Noriega joeg in Panama.
En nu is hij zo, en hij joeg haar ook weg.
Joeg op Angel en Darla tot z'n mysterieuze verdwijning in 1773.
Wat ik me herinner is dat dit kleine varkentje jou eruit joeg.