Voorbeelden van het gebruik van Lekker in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Dat was lekker, Mrs Latimer.
Het is lekker en zit vol vitamines.
Hoe zeg je lekker in het Spaans?
Dit is lekker en verwarmend.
Ansjovis op pizza is lekker.
Je bent niet lekker, Cedric.
Lekker een paar uurtjes buiten aan de slag met je groene vingers.
Als ze lekker zijn, ga ik mee.
Je bent te lekker om te smeken.- Wat? Kirresha.
Lekker fruit hebben jullie hier.
Het was lekker en voedzaam.
Lekker knus. Ik kan niet.
Ik weet dat het lekker is.
Frambozen en vijgen zijn lekker.
Mickey, Ik voel me niet lekker.
Lekker picknicken en uit deze kawaii mok drinken.
Tijd. Het is lekker yum, yum Toetsen!
Niet precies wat ik lekker eten' zou noemen.
Hoe lekker is deze kip, Alistair?
Het hoort niet lekker te zijn, Aaarrrgghh.