Voorbeelden van het gebruik van Moet pissen in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ik moet pissen. Mooi.
Ik moet pissen en dan gaan we.
Ik moet pissen.
Alan moet pissen. Vlucht?
Joanne, ik moet pissen.
Sorry, ik moet pissen.
Ik moet pissen.
Ja, en ik moet pissen, al een uur.
Ik moet pissen. Toe, schatje.
Ik moet pissen. Mooi.
Ik moet pissen. Ik zal je vinden.
Lk moet pissen.
En ik moet pissen.
Blijf hier. Ik moet pissen.
God zij dank, want ik moet pissen.
Ik moet pissen.
Ik moet pissen. Alles goed.
Lk moet pissen.
Ik moet pissen. Wat zeg je?
Ik moet pissen. Schiet op!
