Voorbeelden van het gebruik van Moet rusten in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Je moet rusten.
U moet rusten, Mevrouw North.
Jij moet rusten en je antibiotica innemen.
Je moet rusten, Miss Colvin.
Je moet rusten. Niet nu.
Je moet rusten van de dokter.
Je moet rusten en genezen.
Je moet rusten.
Ik moet rusten en mijn stressniveau laag houden.
Ze moet rusten.
U moet rusten.
Je moet rusten, beste Samuel.
Ik moet rusten, Sam.
Je moet rusten, oké? Wat?
Je moet rusten als je niet lekker bent.
Je moet rusten en genezen.
Ik moet rusten.
Je moet rusten, voor jullie allebei.
U moet rusten, Mr. Bishop.
Je moet rusten, oké? Wat?