Voorbeelden van het gebruik van Peptalk in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ik bel niet voor wat peptalk.
Ik zie je bij de peptalk.
Niet echt. Een goede peptalk.
Gefeliciteerd. Bedankt voor de peptalk.
Weet je, ik heb geen peptalk nodig.
Tijd voor een peptalk.
Hij gaf de jongens een peptalk.
De professor moet zichzelf een peptalk gegeven hebben.
De ene kan peptalk zijn.
Volgens mij is dit geen peptalk.
Geen peptalk. Je bent geen quarter- back meer.
Dit is geen peptalk die Ik je geef.
Ik denk graag dat m'n peptalk er iets mee te maken heeft.
Ik heb geen peptalk nodig, Emily.
Ik heb geen peptalk nodig, Miles.
Bedankt voor je peptalk… maar ik moet hier verder mee.
Je peptalk op de dansvloer?
Stop die peptalk, Chuck.
Genoeg peptalk.- Jij bent dik.
Mooie peptalk, Steve.