Voorbeelden van het gebruik van Rabbi in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
En dit is mijn compagnon, rabbi Chubby Bergbaumsteenstein.
Ik ben rabbi Cohen.
Mijn moeder, mijn vader, Rabbi Shimkoff.
Werkte voor de Rabbi.
Alstublieft, rabbi Jacob.
U vraagt naar Rabbi Jacob.
Zijn naam is Larbi Rabbi mm… Slimann.
En een rabbi.
Ja, kan ik u helpen? Rabbi Jacobs?
Een priester en 'n rabbi zijn aan 't worstelen.
We zoeken rabbi Krustofsky. Krustofsky?
Rabbi heeft gelijk.
De Rabbi Schlomo Schneerson rookie-kaart.
Het was toen dat Rabbi Feldhendler en zijn vrouw
We moeten de rabbi spreken. Sorry?- Met alle respect.
Ja, van de rabbi en van iemand die ze niet kunnen identificeren.
Van de Rabbi. Wiens zoon?
Van de Rabbi. Wiens zoon?
Een priester en 'n rabbi zijn aan 't worstelen.
Wat zei rabbi Esther over tikkun olam?