Voorbeelden van het gebruik van Schooier in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Die schooier heeft vast het licht gezien.
Schooier. Lafaard.- Sta op.
Ik vermoord je, schooier.
Of een andere zadel schooier zonder geweten.
Het was een schooier.
Kijk, Ik betaal die schooier Dokey.
U bent een schooier, Mr Emmett.
Meiden, verander deze schooier in iets passenders voor ons gezelschap.
Hamid. Schooier.-Hamid!
Laat het meisje gaan, schooier.
Doe iets pijnlijks met deze schooier.
Jij kleine schooier.
Ik school van een schooier.
Nee, jij zou die schooier een lift hebben gegeven.
Liever Kemp dan die schooier Claypole.
Dus geen schooier heeft jouw gemoedsrust verstoord?
De schooier die haar heeft ontvoerd.
Lafaard, schooier!
Ik wacht erop om me te verevenen met die zadel schooier.
Maatje, kijk uit, schooier.